columns

Mijn diepste naam


Voor het veldwerk laten we ons altijd even ‘voeden’. Letterlijk, door samen te eten. Maar ook geestelijk, met de Bijbel. Laatst las ik daarbij ook één van mijn favoriete gedichten, wat sommigen tot tranen roerde. Het onderstaande gedicht van Neeltje Maria Min gaat over het universele verlangen van elk mens om écht gekend te worden. 


In het veldwerk van De Haven is er altijd wel één vrouw met wie je je op een bijzondere manier verbonden voelt. Als je een seksclub of een raamstraat in gaat, kijk je meteen of je haar ziet staan. Jarenlang heeft een van onze veldwerkers zo’n bijzondere klik met Maaike*. Elke week als Maaike Haddy in het oog krijgt, zwaait haar raam open voor een gesprek. Soms een simpel kletspraatje over of ze nog wat verdiend in de straat. Maar het gaat soms ook dieper, bijvoorbeeld over de tarotkaarten waar Maaike mee bezig is. Zonder oordeel hoort Haddy haar aan.

Dan verdwijnt Maaike een paar maanden geleden onverwacht uit beeld. We maken ons zorgen. Heel sporadisch is er nog appcontact. Na zo’n appje belt Maaike meteen op, en zegt dat het bericht als een geschenk uit de hemel komt. Ze is ongelooflijk blij om weer contact te hebben. “Weet je Haddy”, zegt ze, “Ik ben gestopt! En nou heb je me tien jaar lang bij mijn werknaam Maaike genoemd, maar ik heet Naomi*. Wil je me voortaan Naomi noemen?” De onuitgesproken ‘klik’ tussen deze twee vrouwen in de onechte wereld van prostitutie ging voorbij aan leeftijd, opleiding of welke omstandigheid ook maar. Nu is haar echte naam genoemd.

Wat moet het voor Naomi straks mooi zijn als ze ook haar nieuwe, allerdiepste naam zal horen. Een naam waarvan ik hoop dat ze deze op een dag van haar Schepper mag ontvangen. Eentje die precies bij haar past, omdat Hij haar écht kent.

Mijn moeder is mijn naam vergeten.

Mijn kind weet nog niet hoe ik heet.

Hoe moet ik mij geborgen weten?


Noem mij, bevestig mijn bestaan,

Laat mijn naam zijn als een keten.

Noem mij, noem mij, spreek mij aan,

o, noem mij bij mijn diepste naam. 


Voor wie ik liefheb, wil ik heten.